Vol=Vol, een beladen term uit de jaren ’80 en ’90 gebruikt door personen die de toestroom van emigranten niet waardeerden en wensten te stoppen. Deze mensen verpakten hun mening in deze term om de racistische achtergrond van hun ideeën wat te verbergen; Nederland is te vol voor nóg meer emigranten.
Nu zijn we zeker 15 jaar verder en Nederland is nóg voller geworden; van 15 miljoen naar zo’n 16,5 miljoen inwoners zijn we gegroeid. Met mensen heb ik geen probleem en met waar ze vandaan komen al helemaal niet, maar al deze mensen hebben huizen nodig en ze moeten ergens werken, ze rijden in auto’s en bezoeken scholen en ziekenhuizen. Wanneer ze oud worden verhuizen ze naar bejaardentehuizen.
De toekomst van ons land, of eerlijk gezegd ons landschap, baart me zorgen ….voornamelijk het gebrek eraan. De laatste jaren hebben wij zoveel stukken grond volgebouwd zien worden. Weilanden werden woonwijken, weilanden werden industrieterreinen, weilanden werden wegen naar woonwijken en industrieterreinen.

Het is natuurlijk ook verklaarbaar, het was nooit anders, verstedelijking hoort al enkele eeuwen bij de mens.
Toen mijn grootmoeder geboren werd was Rotterdam een driehoekig gebied aan de rivier, een handelscentrum(pje). Daar kwamen mensen op af en die moesten ergens wonen. Toen mijn moeder geboren werd was de stad zijn oorspronkelijke grenzen ver voorbij gegroeid, misschien was de stad inmiddels wel 2x zo groot geworden. Hele woonwijken waren erbij gekomen. En toen werd ik geboren en ook ik heb de stad constant zien groeien. En dat gaat zo in alle steden en ook in dorpen. Mijn vraag is dan ook; hoelang kan dit nog doorgaan? Tot elke laatste km2 is volgebouwd? Hoelang staan we dan elke dag in de file met z’n allen? En hoe klein zullen we dan wonen? Wie kan zich nog een tuin permitteren? En zullen er veel mensen om deze reden uit Nederland verhuizen?
Rondreizend door een land als de Verenigde Staten ontdek je ECHTE ruimte. Zodra je een stad uitrijdt ben je ook echt de stad uit. Oftewel: In de Natuur. Wat een verademing voor een Nederlander, voor iemand uit de Randstad, waar nauwelijks nog natuur bestaat op wat groenstroken en rivieren na.
Het doet zeer om ons land zo te zien dichtslibben. Waar zijn we in hemelsnaam mee bezig? Moeten we geen verantwoordelijkheid nemen en een begin maken met het in ere herstellen van bepaalde gebieden?
De grootste doornen in het landschap zijn wat mij betreft de industrieterreinen. Deze zijn de laatste tientallen jaren als paddestoelen uit de grond geschoten en zijn volledig ongecontroleerd blijven groeien. Voor dit fenomeen is de passende term ‘sprawl’ bedacht, wildgroei. Kenmerkend voor deze gebieden is de lage dichtheid en het feit dat ze vaak sneller groeien dan de bevolkingsgroei.
In een land met zo weinig grond moet dat niet mogelijk zijn. Daar draait het om concentratie en moet de focus liggen op kwaliteit. Veel bedrijven verhuizen naar industrieterreinen omdat ze langs snelwegen liggen en op ‘goedkopere’ grond gebouwd zijn. Daardoor zijn honderden vierkante meters aan kantoorruimte in de steden leeg komen te staan. We moeten het dus aantrekkelijker maken voor bedrijven om naar binnensteden te verhuizen. We moeten zoeken naar plekken waar industrie op een efficiënte manier geconcentreerd kan worden zodat daar aan verdichting gewerkt kan worden. Elke stad of gemeente zou een aantal locaties kunnen aanwijzen waar de industrie zich moet concentreren. Gebouwen met meerdere etages (en zelfs ‘hoogbouw’) moet de norm zijn want enkel-laagse bouw resulteert in spreiding. Op die manier kunnen industrieterreinen gesloopt worden om plaats te maken voor het oorspronkelijke Hollandse landschap.
Ook vraag ik me vaak af of de intensieve woningbouw van de laatste jaren nog wel in verhouding staat met de bevolkingsgroei. Is het niet verstandiger om ons te concentreren op binnenstedelijk wonen in plaats van vinexwijk na vinexwijk aan te leggen in de zo spaarzame landelijke gebieden rondom onze steden? Ook dit is sprawl!

Groen daklandschap in het centrum van Almere van Christian de Portzamparc
Het is belangrijk om met een moderne blik naar onze steden te kijken; wat kunnen we verwachten m.b.t. de parkeerdruk (de komende 50 jaar)? Hoe kunnen we mensen een buitenruimte bij hun woning geven die waardevol is maar geen extra grond gebruikt? En hoe kunnen we mensen zoveel mogelijk stimuleren om binnen de stad de auto te laten staan? Dit zijn geen nieuwe thema’s maar zo nu en dan hierover praten en ondertussen maar door blijven bouwen lijkt geen optie meer te zijn.
Geen woningcomplex meer zonder grootschalige, ondergrondse, parkeergarage. Ruime stadswoningen met aantrekkelijke dakterrassen of gemeenschappelijke (hooggelegen) recreatieve pleinen, gebouwd volgens een stapelend principe zonder gelijk een flatgebouw te worden. Een voorbeeld hiervan is de recentelijk verbouwde Schiecentrale in het Rotterdamse Loydkwartier (MeiArchitecten) waar tussen de bouwvolumes op hoogte een omsloten plein is gerealiseerd waar , buiten enkele voorzieningen voor de bewoners zoals een kinderopvang, een plein is gerealiseerd waar de bewoners kunnen zitten, recreëren en eventueel bijeenkomsten kunnen organiseren. Ook het toekomstige Rottanova van de Architecten Cie in Rotterdam is een prima voorbeeld van effeciënt èn aantrekkelijk wonen in de binnenstad.
Woningen aan het daklandschap, boven de winkels ( Christian de Portzamparc)
Een goed voorbeeld van wonen in de stad op een geheel vernieuwende wijze is te zien in het nieuwe stadscentrum van Almere. Het project ‘De Citadel’ van de Franse architect Cristian de Portzamparc is een stapeling van woningen en winkels. De woningen, allen eengezinswoningen gelegen aan een ‘autovrij straatje’ liggen bovenop de winkelvolumes aan een glooiend groen daklandschap. Opvallend hier is de rust , terwijl enkele meters naar beneden mensen aan het winkelen zijn. Wanneer mensen op een aantrekkelijke manier in de stad kunnen wonen kunnen zij de auto laten staan en de fiets of metro naar het werk nemen waardoor zij niet meer met de auto door die stad hoeven te rijden.
Werken aan de binnenstad zodat mensen er graag willen wonen, het efficiënt plannen van industrieterreinen aan de randen van de stad, allemaal manieren om onze natuur een nieuwe kans te geven.
Terug naar het Hollandse landschap: een weiland, een boerderij en wat koeien. Ik mis dit landschap!

“Ook vraag ik me vaak af of de intensieve woningbouw van de laatste jaren nog wel in verhouding staat met de bevolkingsgroei. Is het niet verstandiger om ons te concentreren op binnenstedelijk wonen in plaats van vinexwijk na vinexwijk aan te leggen in de zo spaarzame landelijke gebieden rondom onze steden? Ook dit is sprawl!”
Helemaal mee eens. Ik denk aan de wijk Carnisselande bij Barendrecht. Veel ruim opgezette eensgezinswoningen, maar ook gestapelde woningen en een aantal appartementen flats. Veelal mensen met kinderen, gezinnen die woonruimte qua oppervlak willen en daarnaast een vorm van eensgezinde kneuterigheid zoeken. Terwijl deze wijken tot slaapsteden neigen. Lag in de steden bij de stadsvernieuwingsprojecten in de tachtiger jaren nog een zeker idealisme bij de bewonersorganisaties en hun projectleiders, de negentiger jaren werden zakelijker, en blijkbaar heeft zich dat nog enige tijd vermeerderd.
Projecten op slimme, kwalitatieve en creatieve basis zoals jij erover nadenkt spreekt mij zeer aan.
Filosoferend, is ondernemerschap, klein ondernemerschap in veel steden enigszins ondersneeuwd geraakt. Ook in andere Europese steden. Lijkt me ook bepalend voor de infrastruktuur van steden?
greetz, anita
Ik kan me helemaal vinden in je stukje en heb in de tijd dat wij in Nederland wonen precies hetzelfde ervaren.
Ik heb ruim 40 jaar in Dordrecht gewoond en herinner me nog al de open gebieden (natuur) tussen Rotterdam en Dordrecht. Dit is volledig verdwenen en volgebouwd, zodat er geen grenzen meer zijn.
Voor mijn werk destijds in Nederland, moest ik dagelijks wel bij een of meerdere architekten zijn die in de meeste gevallen gelegen zijn in het hartje van de grote steden. Een van de problemen waar ik dagelijks mee te maken had, was dat er bijna nooit een parkeerplaats in de buurt was. Vaak was het zoeken naar een geschikte parkeerplaats en kon je met je hele vracht door de steden gaan lopen om op plaats van bestemming te komen. Een ramp was dat, tenminste… voor mij. Zeker gezien het natte klimaat dat wij vaak in Nederland hebben.
Wat ik mij nog wel weet te herinennen uit de tijd dat wij in Dordrecht woonden, is dat de gemeente op een gegeven moment heeft besloten de binnenstad volledig af te sluiten voor het verkeer. Met name voor auto’s.
Vanaf dat moment deden wij onze boodschappen in de nabijgelegen plaatsjes, zoals Zwijndrecht en Papendrecht, waar we nog wel met de auto bij de winkels konden komen. Vele winkeliers zijn destijds uit de binnenstad van Dordrecht vertrokken, omdat de klanten wegbleven. Niemand wilde uren lopen (in de regen) om even snel ergens iets bij een bepaalde winkel te kopen. Wij kwamen dat ook regelmatig onze buren, vrienden en familie tegen tijdens het winkelen in andere ‘verkeersvriendelijke’ steden.
Het gevolg van deze aktie van de gemeente Dordrecht was dan ook dat er niet alleen veel winkelpanden leeg kwamen te staan, maar ‘verloederings’ winkels er voor in de plaats kwamen. Met verloederingswinkels bedoel ik dan goedkope tweedehands winkeltjes welke vaak gerund werden door immigranten. Wij hadden er op een gegeven moment niets meer te zoeken.
Onze woonwijk was ook gebouwd op voormalige landerijen, waar nooit eerder een huis had gestaan. Duizenden en duizenden woningen zijn er destijds gebouwd, dus Dordrecht was ook al tegen Papendrecht aan gebouwd, met als enige grens de Merwederivier en een brug.
Ons huis was voorzien van een garage, iets dat luxe klinkt, maar de Twingo van mijn vrouw kon er amper in en dan nog had je problemen om de deuren van je auto in de garage open te zetten, wilde je niet tegen de muren aankomen. Een tweede auto konden we op het prive pad voor de garage kwijt en that’s it!
Parkeerplaats voor bezoek was er niet. De gemeente Dordrecht vond het leuk om auto’s van bezoekers te weren, met als gevolg dat je 4 straten verop je auto kon neerzetten. Leuk, als je bezoek (in de regen) kreeg van mensen met kleine kinderen/babies… die konden 2 of 3 keer op en neer lopen voordat ze alle spullen uit de auto hadden gehaald, met als gevolg dat ze liever niet meer kwamen door de onvriendelijkheid van onze woonwijk.
Bij navraag bij de gemeente kregen wij doodleuk te horen dat men auto’s uit de woonwijken wilden weren van bezoekers, dit in verband met de millieu vriendelijkheid. Dan moeten ze mij nog maar eens uitleggen wat er millieu vriendelijk is aan het plaatsen van een paar pakeerplaatsen, vier straten verderop? Statistisch (ik heb het dan over het millieu) maakt het helemaal niet uit of ze auto bij ons voor de deur zou staan of 4 straten verder. De auto heeft gereden en waarschijnlijk nog meer ook, want het zoeken naar een overgebleven parkeerplaatsje betekent ook nog een keer 4 a 5 keer op en neer rijden en hopen dat iemand in die tussentijd weg gaat, zodat er weer een parkeerplaatsje voor de bezoekers vrij is gekomen. Dit soort situaties ga je dus krijgen als je duizenden woningen gaat neerzetten en maar tientallen bezoekersparkeerplaatsen.
Wij waren het op een gegeven moment echt helemaal zat en dit heeft ook te maken dat ik destijds maar 20 minuten van mijn werk woonde, maar wel bijna 1 1/2 in de file (A16) moest staan om op mijn werk te komen. Over de terugweg naar huis maar te spreken.
Nu wonen we alweer een aantal jaren in Colorado (USA) en het winkelen is hier een verademing. Het moet wel erg gek zijn, als je niet je auto bijna in het gebouw kunt parkeren. Alles is inderdaad zo ruim, maar ook in de meeste grote steden (ik heb het dan niet over New York of Los Angeles) kun je rustig rijden en altijd een parkeerplaats vinden in of naast het gebouw waar je moet zijn. Ook hier bezoek ik vaak architekten die het leuk vinden om in de grote steden te zitten, maar parkeren is een fluitje van een cent. Daarnaast regent het hier ook nog eens bijna nooit! LOL!
Wij wonen in Fort Collins, Colorado en inderdaad… je hoeft Fort Collins maar uit te rijden en je zit of in de Rocky Mountains of in de Prarie gebieden, waar je bijna geen hond (lees: auto) tegenkomt. Uren kun je rijden, voordat je weer eens ‘leven’ ziet, zoals een ander plaatsje.
Maar goed, jullie gaan het zometeen zelf met eigen ogen bekijken als jullie hier zijn in juli!
Het blijft natuurlijk moeilijk om Nederland met de VS te vergelijken. Nederland is één van de dichtstbevolkte landen ter wereld en er zal dus altijd een strijd blijven met betrekking tot het huisvesten van mensen, bedrijven en auto’s. Daarom is het zo hard nodig om te zoeken naar creatieve en innovatieve oplossingen, zeker als we van onze natuurlijke omgeving willen kunnen blijven genieten.
Op dit moment heb ik het boek ‘autophobia, love and hate in the automotive age’ van Brian Ladd klaarliggen, een filosofisch boek over de inrichting van onze wereld door het bestaan van de auto en de eeuwige struggle die mensen hebben met de voordelen en de nadelen ervan.
Ik ben benieuwd, ben van plan om het, op reis in Amerika, te lezen.
Maar inderdaad, het weidse van het Amerikaanse landschap is wat veel Nederlanders aantrekt. Bovendien wordt je nog eens extra met je neus op de feiten gedrukt van hoe vol het in Nederland is. Dat realiseerd ik me tijdens mijn vorige reis; wat een verademing, die natuur, de rust zodra je de stad uit bent, het vrijheidsgevoel!!
Ik denk dat menig Nederlander tijdens zijn bezoek aan Amerika, rijdend over de wegen met de indrukwekkende landschappen links en recht, net als ik, verzucht dat ‘ie niet meer terug wil.